Banken

29-11-2018 14:49 - 't Vlees is zwak

Vroeger konden we naar de bank bellen en zeggen: maak eens over van mijn rekening naar daar en daar. Of we liepen er even binnen en zeiden: Hup, overmaken. Toen, later kwam er een langwerpig papiertje wat je moest invullen en je handtekening opzetten en bij de ABN in Budel door de juiste spleet duwen en dan kwam alles goed. Weer later moest je zelf gaan bankieren. Dat heb ik nog lang uit kunnen stellen maar toen de ABN uit Budel vertrok moest ik wel. En met zo’n groen kastje en pasje thuis op de computer mijn bankzaken leren doen. Intussen deed de ABN voor mij niks. Ja, ze stuurden om de zoveel tijd een brief met af- en opschrijvingen. Mijn AOW komt daar nu eenmaal binnen. Lange tijd ging dit goed, hoewel je alles zelf moet doen en van de bank niet echt steun krijgt. Opeens ging mijn betaalkastje kapot, of kapot eigenlijk niet echt, de batterij was op.  Plotseling kon ik niks meer betalen. Naar wie kon ik bellen voor een nieuw kastje? Ik heb een hekel aan bellen naar banken. Ik dacht: Valkenswaard zal er nog wel hebben, daar rij ik wel even naar toe, haal ik er even een. Maar in Valkenswaard op de markt waar vroeger de ABN een groot pand had, stond nu nog slechts een soort WC achtig keetje met aan de achterkant een ruimte voor aftandse bouwmaterialen. Heel wat anders dan het riante onderkomen van weleer. Ook al weg dus. De Rabo was er nog wel. Die konden niets voor mij doen. Ik ook niet voor hun. Vloekend reed ik terug naar Hamont. De rekening nog altijd niet betaald. De volgende dag ging ik naar Weert. En warempel, een ABN bank live, was er en nog open ook. Ik gaf hun mijn kastje dat niet meer werkte. Ja, maar dat is ook al heel oud, zei de gedienstige jongeman. Ja, bij mij is alles Middeleeuws, mompelde ik. Ikzelf ook. Het kastje kon mij als ik de aanvraag correct invulde binnen enkele dagen toegezonden worden. Maar ik moet nu betalen, zei ik. Geen probleem, zei de jongeman, dan doen we dat samen. Hij en ik achter een computer aldaar ergens in een hoekje en mijn pasje ging vreemd in een knalgeel kastje. Toen ik mijn pincode moest invullen, deinsde hij correct achteruit en knalde daarbij lichtjes met zijn achterhoofd tegen een uitstaande rand. Ik deed net of ik niks gezien had. Toen moest ik alles invullen. Doe jij het maar even, zei ik tegen de jongeman, jij kunt dat vast sneller dan ik, al die cijfers. Dat mogen wij niet, mevrouw, zei hij, u moet dat zelf doen. Ik had mijn bril in de auto laten liggen en zei dat ook. Ik lees de cijfers wel op, zei hij, dan kunt u dat intikken. Ik moest bijna lachen. Wat idioot, zei ik. Dan kun je het net zo goed zelf doen. Je mag het van mij gerust invullen hoor. Dat mogen wij niet mevrouw, zei hij weer. Enfin, hij las voor en ik tikte moeizaam in. Na een poosje was alles geregeld, de rekening betaald en mijn nieuwe kastje was aangevraagd. Dat zou ik binnen drie (werk!)dagen thuis gestuurd krijgen. Dat duurde me te lang. Hij had het aanlokkelijke, gele kastje nog in z’n hand. Ik wilde dat hebben. Maar hij stond ermee op z’n hand te tikken en mompelde nog allerlei volzinnen over dienstverlening en zo. Plots liet ik mijn pasje op de grond vallen en schoof het snel met m’n voet in het duistere hoekje. Hij dook gedienstig naar beneden en legde daarbij het gele kastje op de rand. Ik graaide het weg. Na een paar seconden kwam hij met rood hoofd weer boven opgedoken en reikte mij m’n pasje aan.
Heel erg bedankt meneer, zei ik, terwijl ik mijn pasje snel in m’n tas stopte. Bedankt voor de hulp, ik moet er weer vandoor. En weg was ik. Op straat liep ik te grinniken, had ik toch ook eens een bank beroofd.