Electricité

08-11-2018 15:33 - 't Vlees is zwak

Op het eind van het jaar zoals nu ga ik altijd ongeveer twee weken naar het huis in Frankrijk. Het moet dan zogenaamd ‘winterklaar’ gemaakt worden. Gôh zeg, zegt dan deze of gene belangstellend, winterklaar maken van dat huis is zeker een hele klus. Ik doe dan altijd wat zorgelijk en kijk bekommerd voor me uit. Ja, een heel gedoe, zeg ik dan. Als ze dan verder vragen wat er dan zoal moet gebeuren wordt het wat lastiger want dat weet ik niet. Ik mompel iets van, ja laddertje op het dak, de pannen vastleggen voor de herfststormen, dingen buiten vastbinden, je weet wel.. Jaja, zeggen ze dan, een hele zorg zo’n huis.  In feite doe ik alleen maar de deuren en ramen op slot en bezoek verder vrienden en maak wandelingen met de honden. Toen ik vorige week daar was merkte ik dat er één raam niet goed vastzat. De pin van de sluiting zat onderaan niet meer in de ijzeren greep. Bij een flinke storm of wind, want het raam zat ook nog op het westen, zou dat open hebben kunnen vliegen en dan klimmen er beesten naar binnen en waaien takken en bladeren alles tot een puinhoop. Maar gelukkig zag ik het: ik sloot het stevig en zei tegen mijn vriend: kijk het huis is winterklaar. Nu wij nog. O ja, en ik trek overal de stekkers uit want dat de wifi er weer uit knalt zoals van de zomer tijdens dat verschrikkelijke onweer, dat zal me niet meer overkomen. Allerlei apparaten moesten toen vervangen worden. De hoofdschakelaar kan ik niet uitzetten want de verwarminkjes moeten op de niet bevriesstand blijven staan. Nou is er in dat huis elektriciteit gelegd ongeveer iets na het midden van de vorige eeuw, in de zestiger jaren. Door mijn jongste broertje en een andere amateur. Toch functioneert alles nog min of meer. Behalve wanneer een van de verwarminkjes die in het begin van deze eeuw zijn aangelegd brandt (op elektriciteit), de koelkast boven en beneden aanstaat, de boiler net aan het laden is en er ook nog een lamp brandt, het koffiezetapparaat loopt en ik intussen m’n haar föhn, ja, dat kunnen al die draadjes niet aan, dan floept alles uit. Ik zie het aan de lampen en aan het niet pruttelen van de koffie. Boven zijn mijn slaapkamer, de huiskamer en de keuken en ik moet dan naar beneden naar het logeerappartement, waar de hoofdschakelaar is. Altijd ik. Nooit iemand die al beneden is en daar duur een waterkoker aan heeft staan. Stofzuigen is nog erger en trouwens verboden als er veel mensen zijn. Dus toen ik vorige week voor de zoveelste keer midden in de nacht op m’n blote voeten met een klein lampje in de hand de koude trap afdaalde, had ik er genoeg van. De elektriciteit in het huis moest vernieuwd worden. Die Middeleeuwse toestanden moesten maar eens afgelopen zijn. Ferme taal maar ik meende het. Net de volgende dag was het markt in ons dorpje en dan zien we altijd veel Nederlandse vrienden die bij elkaar zitten op het terrasje. Ik klaagde mijn elektriciteitsnood bij een vriend die daar permanent woont en die ik al jaren ken. O, zei hij, dan moet je die man daar vragen en hij wees naar een man in het middengedeelte van het café die juist een glas bier achterover sloeg. Ook die man kende ik al jaren, maar anders. Een Fransman groet je wanneer je bijna dagelijks elkaar tegenkomt in hetzelfde café. Verder kende ik hem niet. Hij is heel goed, hield mijn vriend aan, je kunt het hem gerust vragen. Waarom zit hij dan altijd hier, wierp ik tegen. Als hij heel goed was, zat hij hier minder en had meer werk. Nee nee, lachte m’n vriend, hij zit hier te netwerken, altijd rond twaalf uur. Ik liep op de man af. Hij heette Claude. Ik legde alles uit. Electricité, c’est mon métier, zei hij trots. Hij bleek zelfs een paar woorden Nederlands te spreken. “Alles komt koed,” zei hij. Ik heb met hem afgesproken voor volgend voorjaar.Toch heb ik liever als ze zeggen: ‘Pas de soucis!’ En dat hij minder geroutineerd z’n bier naar binnen gooide.