Everzwijn

07-09-2018 09:47 - 't Vlees is zwak

Toen ik pas terug was uit Frankrijk, nu ongeveer zo’n drie weken geleden, kreeg ik van een kennisje/collega een stevig plastic bakje waar voordien ijs in had gezeten, maar dat nu gevuld was met een mengsel van macaroni met saus en everzwijn. Dat everzwijn was eigenhandig geschoten door haar vriend, ergens geslacht en door haar verwerkt tot een soort goulaschachtige substantie waarin het zwijn een voorname rol speelde. Ik kreeg het bakje warm; ik kon zo gaan eten. Helaas was het geen etenstijd. Ik nam het mee naar huis en warmde het ’s avonds op. Ik goot gewoon de helft van de inhoud in een pan en warmde het zo op. Mijn vriend was er niet. Die at thuis uit zijn eigen pan. Jammer, anders was het in één keer op geweest. Het smaakte voortreffelijk. Ik gooide er wat sambal bij en toen was het zelfs nog lekkerder. De rest zette ik terug in de koelkast. De volgende dag was mijn vriend er en gingen we ergens eten. De dag daarop kookten we samen zelf en het bakje met het restant everzwijn schoof steeds verder achter in de koelkast. Ik vergat het. Soms, als ik een stukje kaas zocht of iets voor de honden of een fles wijn,, zag ik het doosje wel staan maar niet meer ‘bij volle bewustzijn.’ Na twee weken dacht ik, verrek, dat everzwijn, dat moest ik eigenlijk nog opeten. Maar dat durfde ik toch niet meer. Sterker nog, ik durfde zelfs het doosje niet meer open te maken. Wat zou zich inmiddels afspelen in het doosje? Misschien had het everzwijn wel nieuwe cellen gekregen, contact gemaakt met de macaroni en was gaan zwellen, haren gekregen en misschien, ja misschien…. Ik huiverde. Het kon zijn dat er inmiddels leven mogelijk was in dat doosje. Ik schudde het. Er bewoog niets. Wel was het zwaar. Zou ik het aan de honden geven? Maar die mochten alleen brokjes, dus nee. Toch maar even open maken en het dan ergens ingooien. De vuilniszak hadden ze net gister opgehaald, dus dan zou het heel lang onderin de nieuwe zak moeten liggen en gaan rotten, gaan stinken. In gedachten zag ik een heel klein half vergaan everzwijntje met een rose buikje en zwarte haren op de rug uit de vuilniszak kruipen. Ik huiverde en zette het doosje snel terug achter in de koelkast. Morgen zou ik het aanpakken. Die nacht hoorde ik een doffe knal uit de keuken komen. De honden begonnen niet te blaffen dus het was een geluid dat ze vaker hoorden. Ineens herinnerde ik me dat ik die dag de ijsblokjesmaker in de koelkast had aangezet. Waarschijnlijk vielen er wat ijsblokjes in de houder of hoe dat ding mag heten. Gerustgesteld ging ik weer slapen; er was dus geen zwijn in het bakje dat tegen het deksel bonkte om eruit gelaten te worden. Hoezo eigenlijk niet? Dat kon toch ook als het niet de ijsblokjes waren? Het was inmiddels drie weken geleden dat ik de helft eruit had gegeten en de rest terug gezet. Toch maar even gaan kijken. Op blote voeten sloop ik vanuit mijn slaapkamer langs de slapende honden naar de keuken. Daar deed ik de koelkast open. Ik zag het bakje meteen: ‘Plus slagroomijs’ stond er op. Stond het nu verder naar voren? Ik haalde het bakje eruit. Het was ijskoud. Ik dacht: nu flink zijn en wrikte het deksel eraf. Ik zou het nu weten. Het deksel klemde en ik zette kracht. Wraaf! Ineens schoot het doosje uit mijn slaapdronken handen en viel op de grond; het deksel eraf, de inhoud schoof over de vloer. De honden waren meteen ter plaatse. Efficiënt gingen ze met hun snoeten over de vloer en in een mum van tijd was de inhoud van het doosje verdwenen. Eén macaronietje klemde zich nog vast aan de zijkant van het doosje. De rest was weg. Hoe het eruit had gezien weet ik niet. Een flits van een grauwe massa, meer zag ik niet. Het doosje zette ik in het aanrecht onder de kraan. Likkebaardend keken de honden me dankbaar aan; een onverwachte meevaller midden in de nacht. De volgende dag leefden ze nog. Geen zwijningitis of zo.