Familiefeestmiddag

14-06-2018 14:56 - 't Vlees is zwak

Mijn kleinzoon was jarig. Hij werd 20. Hij gaf ’s middags een feestje, thuis bij zijn moeder en vader. Eigenlijk gaven zij het feestje en hij was gewoon jarig. Er kwamen veel mensen, heel veel. De ouderen waaronder ik, zaten aan een tafel onder een avondvullende parasol die wel de hele tijd verschoven moest worden omdat de zon dat ook deed. Wij wilden geen zon op onze bejaarde ruggen. Dan was er een  tafel met louter jongelui: zijn vrienden met hier en daar al een echte bijpassende vriendin die al bijna voor het leven was, zo echt. Die zaten aan een tafel die onbekommerd in de volle zon stond en niemand trok zich daar iets van aan. Ze waren nog zo jong. Ze konden overal tegen. Hijzelf, de jarige, had ook een vriendin. Ze hadden allebei outfits aan in dezelfde kleur en zagen er echt als een lief stelletje uit. Dan waren er ooms en tantes, die zaten aan de parasoltafel met hier en daar een uitwijkmogelijkheid naar weer een andere tafel met half-parasolcapaciteiten. Of in de serre, daar kon je ook zitten in lage stoelen, ook makkelijk. Je kon daar kiezen tussen zon en schaduw. Voor beide moest je wringen. Daaraan zaten ook de half-ouderen, de vrienden van de ouders die nu eenmaal ook op de verjaardagen komen. Die vrienden hadden ook weer kinderen bij zich in alle soorten (twee) en leeftijden. Die zaten binnen bij tv en spelletjeskasten voor zover ze zich niet aan hun ouders vastklampten. De jarige zelf stond zijn ouders welwillend bij met het aanreiken van drankjes en het op tafel plaatsen van hapjes. Dat was mooi. Ook sneed hij taarten aan en bracht die op goede schoteltjes met taartvorkjes naar de kwijlende verjaardagsvisite. Die visite had bij het binnentreden na de verplichte drie kussen en knuffels de jarige een witte envelop in de handen gedrukt. Een enveloppe die hij bijna ieder jaar kreeg van de verjaardagsgangers en die toen ook meteen opende. Maar niet dit jaar. Ik vroeg hoeveel hij al gecashed had maar hij schudde glimlachend het welopgevoede hoofd en zei: ‘o, dat weet ik niet oma, ik heb ze nou nog niet open gemaakt, dat doe ik niet meer meteen, ik ben nu volwassen,’ eindigde hij hoofdschuddend over zoveel grootmoederlijk onbegrip. Mijn twee andere kleinzoons zaten binnen en speelden een spel op de computer. Twee kleine meisjes, kinderen van vrienden van de ouders van de jarige keken hen daarbij vol stille bewondering aan. Ze durfden niks te zeggen tegen zulke grote jongens van 12 en 14. ‘Hé, hoe is het afgelopen met je tekening,’ vroeg ik aan die van 14. Ik had hem een paar dagen eerder geholpen met een schildertekening die ze voor school moesten maken. Het moest met verf en die had ik genoeg in het Rosé-atelier. We maakten hem samen op aanwijzing van hem. Het moest met veel stippen. Daar had hij wattenstaafjes voor. Hij vond het op het laatst te stipperig worden en wilde dat ik de slang en de boom vol inkleurde over de stippen heen. Ik vond dat zonde maar hij drong aan. ‘Doe nou maar oma.’ ‘Oké’, zei ik en verfde de Australische slang gemeen goudgeel en de boom groen. ‘Hèhè,’ zei hij, ‘nou heeft mijn hart rust…’. Hij had een 87,5 op 100 gescoord. Ik was nog blijer dan hij. Helemaal gelukkig liep ik weer naar buiten, de zon in. Kon nog net een klein roseetje, een worstje en wat viesgezonde groene spullen scoren. Om zes uur moest de jarige met zijn vriendenclubje weg. Ze hadden elders een barbecue, meer op hun eigen leeftijd afgestemd. Laat die oma’s, tantes ooms en andere vrienden maar lekker zitten en doorgaan in een ander tempo dan het hunne. Maar dan zonder hen, mensen van de toekomst, de muziek en de verbrande ribkes. Dan heeft ook hun hart rust… , of rust? Vast niet.