Guus van Winkel

19-10-2017 15:50 - 't Vlees is zwak

Even een evaluatie over de week Berlijn die ik al haast vergeten ben. Het was immers al meer dan twee weken geleden. We hebben drie dagen lang heel veel gezien van de stad en veel gehoord; we hadden een prima gids en we hebben er veel over opgestoken. We moesten veel bussen en veel lopen. Potsdam, Kreuzberg, Checkpoint Charlie, kerkhoven, musea over de koude oorlog, je kunt het zo vreselijk niet bedenken of we hebben het gezien. Onze hotelkamer op de beroemdste straat in Berlijn, de Kurfürstendamm was piepklein. Er stond een zuil midden in de kamer, waar we steeds omheen moesten schuifelen en na de nodige neuten omheen moesten wankelen of ertegenaan knallen. Verder was er geen keuze. Op de tweede dag of zo hadden we vanuit de bus weer de verschrikkelijkste dingen gezien en daarna werden we losgelaten in de stad en moesten we ver lopen naar een punt waar de bus ons weer op zou komen halen. Alles stipt op tijd anders kon je niet meer mee. Kom, zeiden wij tegen elkaar, we gaan ergens fijn lunchen. Het weer was goed, we waren moe en hadden honger en wilden drank. Alles geschiedde aldus. Op de terugweg na de lunch zag ik een bedelaar met een hond. Een schattige hond. De man zat op de grond zoals een bedelaar betaamt en had een pet voor zich op de grond gezet. Ik dacht, ik geef die hond lekker ook wat. Ik terug, want een 100 meter ervoor had ik een soort Deutsche friettent gezien. Daar verkochten ze Bratwurste(n). Ik kocht er een, zonder iets, geen zout, peper of verdorven sauzen en bracht die naar de hond, terwijl ik een euro klaar hield voor het centenbakje van de man. De hond kwam kwijlend overeind en zijn baasje ontstak in een zo verschrikkelijke woede dat ik er als ik er aan denk nog niet tegoei van ben. In het Duits begon hij mij verschrikkelijk uit te kafferen, of ik z’n hond soms wilde vergiftigen, met die rotzooi in die Wurst, ellendige toeristen, geen verstand, zout, en nog meer vreselijks beet hij me toe. De hond keek zo zielig naar de worst. Ik was helemaal perplex. De man bond toen in, ik zie wel dat je het goed meinst, maar dat is slecht voor mijn hond. Ik dacht, schijt toch gauw, klootzak maar ik gooide toch de euro in z’n bakje want uiteindelijk was hij toch zelf gewoon een arme klootzak en ik nam de worst mee en zette die boven op een paaltje langs de straat (hij zat in een bakje, de worst) en we liepen door. Ik was toen wel een poosje van mijn apropos eerlijk gezegd en die avond heb ik in de bar van ons hotel iets te veel voor mooi, rosé gedronken en met de barjuffrouw gedanst. Die vond mij tenminste wél aardig. De dag daarop heb ik twee sleutelhangerbeertjes gekocht, in het stoffen, (de beer is het diersymbool van Berlijn) en in zo’n groot winkelcentrum ook nog een foute broek gekocht. Uit ballorigheid. Die foute broek heeft mij vervolgens gelouterd en gezorgd dat ik niks ellendigs meer gedaan heb, want steeds als ik iets wilde doen of kopen, dacht ik bij mezelf: denk aan die ellendige broek, en die worst. Zo zijn we toch nog zonder overmatige schade thuisgekomen. Ik voel wel dat georganiseerde reizen niet echt mijn ding zijn, zoals dat heet maar je moet het toch eens proberen. Ik heb veel geleerd. En de foute broek doe ik ook gewoon aan, als is het maar om mijn doosjes wybertjes in op te bergen en er mensen vrolijk van te laten worden. Dat houdt mij ook blij, en vooral nederig.