Halve taart

09-09-2017 09:24 - 't Vlees is zwak

We liepen vrijdag door Budel, we moesten wat boodschappen doen en dringend op een terrasje zitten en een taart kopen. Die taart moest de volgende dag mee naar Amsterdam want er waren twee kleinzoons van mijn vriend jarig. Zeventien en veertien, dus taart. We liepen bij Rooymans binnen op de markt en ik vloog meteen naar de vitrine waar de ene taart nog decadenter dan de andere stond uitgestald. Samen bogen we ons over het gebodene, we konden niet kiezen. ‘Laten we twee halve nemen,’ zei ik. Ieder mocht een helft kiezen. ‘Ze gaan pas morgen mee naar Amsterdam,’ zei ik toen het meisje ze netjes in de doos deed; ‘Overleven ze dat? Moeten ze in de diepvries?’ ‘Nee, nee,’ zei ze, ‘gewoon in de koelkast en morgen in een koeltas vervoeren.’ Die avond kregen we het heel moeilijk. Omdat ik allang geen zoetigheid meer koop omdat ik toch alles meteen zelf opeet en niks kan bewaren, koop ik maar liever helemaal niks meer. ‘Als we allebei ‘ns een heel klein stukje namen,’ zei ik, ‘en morgen naar de bakker gaan, hier in Hamont en een halve bijkopen.’ Opperde ik zomaar ineens. De gedachte aan die twee halve taarten in de koelkast bracht mij bijna tot wanhoop. ‘Ja, maar dan moeten we zeker nog twintig minuten eerder opstaan en we moeten al zo vroeg ons bed uit.’ Zei hij, logisch als altijd.  Shit ja! Had ik niet aan gedacht. Nog vroeger opstaan op een zaterdag was geen optie. Broedend keken we verder naar de tv. We namen een glaasje. Even later, hij: ‘We kunnen ook van een van de twee in het midden in de lengte een stukje afsnijden, een reepje zogezegd.’ Ik keek hem stomverbaasd aan; ‘Briljant!’ kreet ik uit, ‘daar was ik zelf nooit opgekomen!’ We snelden naar de keuken, koelkast open, taartdeksel omhoog en daar lagen ze, twee forse helften tegen elkaar aan. We zetten hem op het aanrecht. Hij pakte een mes uit de keukenla, een groot mes. ‘We nemen die,’ zei hij, ‘die lijkt een fractie groter.’ En met de punt van het mes tikte hij op de taart om de breedte te bepalen. ‘Ietsje meer,’ zei ik, dat kan net, dat zien ze niet, nooit.’ Heel, heel voorzichtig sneed hij er in de lengte een lange reep af. Ik hing er kwijlend boven. Vlekkeloos. Ik nam twee bordjes. Hij verdeelde de reep in tweeën. Ze waren even groot. Giechelend namen we ze mee naar de kamer. Verrukkelijk. De volgende dag reden we naar Amsterdam. Er waren behalve onze taarten nog een eigen gebakkene in het huis van de jarigen en nog een gekochte dus er was keus genoeg. De onze werden enorm geprezen. Later in de namiddag toen er her en der al wat glaasjes genuttigd waren vertelde ik aan de ouders wat we met hun taart gedaan hadden. Ze konden het niet geloven. ‘Ik kon er niks van zien,’ zei zijn dochter verbaasd. ‘Ik heb hem aangesneden.’ Ook de jongens hadden niks gemerkt van de misdaad. Van twee jongelui hadden ze dit nog wel verwacht maar van een bejaarde opa en oma? Nee. Papa kreeg stilletjes een soort slappe lach. Zo zie je maar weer, een mens is nooit te oud om nog crimineel te worden. Misdaad loont af en toe. Zo heb ik u toch een mooie truc aan de hand gedaan. Maar wel voorzichtig zijn met snijden en niet te hebberig anders liggen er na een paar keer snijden alleen nog maar twee aangevreten korsten tegen elkaar aan in de doos, haha.