Kapsalon

21-02-2019 13:45 - 't Vlees is zwak

We waren met een man of zeven met mij erbij bij het gezin van mijn zoon en een neef en nicht zaten ook aan tafel. We hadden afgesproken dat niemand zin had om te koken. We zouden ‘halen’. En toen er ook niemand zin had om te halen, zouden we ‘laten brengen’. De Griek die een flinke kanshebber was viel hiermee af en met hem nog een paar andere zaken waar we geregeld ons voedsel scoorden. Oké, we zouden een bestelling plaatsen. Er kwam iemand met een papiertje en iemand zette zich achter een laptopje en daar ging ie: ‘wat wil jij?’ Eerst maar de jongetjes, nou ja, jongetjes, 13 en 15 zijn ze inmiddels, hele kerels, groter dan oma. Het ene jongetje zag ik strijden tussen fricandellen, een kebabsschotel of een pizza of frites. Uiteindelijk koos hij voor een pizza. Het andere jongetje was zo klaar met kiezen, ‘kapsalon’ deelde hij kortaf mede zonder van zijn i-pad op te kijken. De volwassenen waren toen aan de beurt en doelgericht gingen wij af op de verfijndste gerechten zoals frites met frikandel, kebab, maar ik wilde wel eens weten wat een kapsalon was behalve waar je je haar kon laten doen. ‘Dat moet je niet nemen,’ zei de moeder van de jongetjes, ‘dat is één vette zooi.’ ‘Hmmm,’ deed ik, ‘vette zooi, jammie, wat precies?’ Ik vond vooral de naam van het gerecht intrigerend. ‘Oma, dat is hartstikke lekker, dat is deeg en daarin liggen frietjes en vlees daarop, je kunt kiezen, kip of kebabvlees en wat sla daaroverheen en dan metselen ze dat dicht met kaas, echt héérlijk,’ besloot hij zijn uiteenzetting over de ‘fijne keuken’. ‘Klinkt goed,’ zei ik, ‘doe mij ook maar een kapsalon.’ Het zou me een half jaar van m’n leven kosten dankzij de vette zooi en cholesterol, maar wie maalt daarom als hij honger heeft. Het klonk zeer aanlokkelijk. We kregen via de laptop de tijd door waarop ons voedsel gebracht zou worden en wij gingen weer verder met vrolijke kout bij een drankje en het gezamenlijk oplossen van een crypto in de krant van die dag. Enfin, een klein half uur later werd alles gebracht en papieren, borden, dozen, bestek werd op tafel gezet en iedereen zocht zijn gerecht uit de zakken en bakjes. ‘Dit is de kapsalon oma,’ wees de kleinzoon, ‘deze is voor jou. Ik heb er ook een’. Een enorm monster van pizzadeeg, sla, en toen ik er eenmaal doorheen gestoken had, kaas, frites en vlees opende zich. Er moest ook nog mayo bij voor de frietjes. Ik kon het ding slachten met een vork en mes. Mijn kleinzoon kon het al met zijn vingers en een vork, een ware routinier. Ik vond het verrukkelijk. Tot aan een kwart. Toen begon ik het vet te proeven en de gestolde kaas begon zich te verzetten. Ik stopte. Mijn neef wilde het overschot wel even ‘proeven’ uit wetenschappelijk oogpunt natuurlijk en hij at het hele ding achter elkaar op. Ook de anderen begonnen over en weer naar elkaars lekkernijen te grijpen. ‘Hoe komen ze in godsnaam aan dat woord kapsalon,’ vroeg ik me hardop af. Betekent dat in het Turks een gerecht en heeft het toevallig dezelfde letters als onze kapsalon? Wij schoven de papieren, de borden en bakjes aan de kant en keken op internet; het was zo gevonden. In Den Haag was er een Turks afhaalrestaurant dat naast een kapper gevestigd was en die geregeld bestellingen bracht voor de eigenaar van de kapsalon die altijd hetzelfde bestelde. Op den duur zeiden de werknemers wanneer ze de bestelling aan de keuken doorgaven alleen nog maar ‘kapsalon’ en dan wist de kok genoeg. Zo is het gekomen. Kennelijk, want internet weet alles. Raadsel kapsalon opgelost. Wat een schitterende naam voor een gerecht. Zoiets kun je niet bedenken. Wie wist dit al? Het is best te doen hoor, een kapsalon als gerecht, wel wat vettig. De volgende keer probeer ik eens een hoedenzaak. Of misschien een wasserij mét.