Met een lichte kater

28-06-2018 14:29 - 't Vlees is zwak

Stom stom stom, bleef ik maar tegen mezelf zeggen. Ik was pas net Luik voorbij de afgelopen Zondag toen ik weer naar hier, het huis in Frankrijk reed en weer een paracetamolletje moest slikken. Mijn vriend was er niet bij. Die kwam twee weken later wegens bureaucratische omstandigheden. Hij had wel een mooie reisdoos voor me klaar gemaakt. Die stond naast me op de passagiersplaats. Ik kon zo de flesjes water, de broodjes kaas, de koffie en alles grijpen. De pijnstillers greep ik uit m’n tas naast me. Na Luik kwam een lang stuk waar we maar zeventig mochten rijden. Kwam goed uit. Kon ik weer een pilletje pakken. Het was niet druk, het was nog vroeg, ik was om 7 uur vertrokken. En ik was nog zo van plan om op het grote feest van mijn broer, gister, me netjes te gedragen en niet te veel roseetjes te drinken omdat ik de dag daarop naar Frankrijk zou vertrekken. Niet gelukt dus. Mijn broer en zijn vriend gaven een groot feest omdat ze net die dag 50 jaar bij elkaar waren. Dat red je niet als je geen homo bent. Alle familie, vrienden, familievrienden, alles kwam opdagen bij het COC in Eindhoven. Wij ook. Mijn vriend en ik konden meerijden met m’n zoon, dochter en de twee kleinzoons die er geen klap aanvonden en mokkend in de auto zaten, allebei druk in de weer met hun smart-phones. Het was ontzettend gezellig en leuk om heel oude vrienden en familie te zien. Steeds werden er weer verse glaasjes in mijn handen gedrukt. Mezelf om mijn domheid en zwakheid vewensend passeerde  ik Luxemburg, Metz, Nancy, Toul, ging de péage op en moest even stoppen om de honden en mezelf uit te laten. Nog steeds koppijn. Ze maakten allebei een nette drol en verschillende plasjes en hup, verder maar weer. De luisterboeken die ik voor onderweg had meegenomen verstond ik niet. De inspreekster was een Belgische met een slecht verstaanbare intonatie. Volgende boek, ook niet te verstaan. Derde boek, een man, schrille stem. Zuchtend zette ik alles af. Dan maar weer Dmitri Hvorostovsky uit z’n hoesje gehaald. Luidkeels meegezongen. Af en toe at ik een kers uit een trommeltje. Eigen geplukte kersen. Opeens schoot ik in de lach. Gisteravond onderweg naar Eindhoven in de auto vroeg mijn vriend die voorin zat aan mij, die achterin zat naast kleinzoon en schoondochter of ik er nog aan gedacht had om batterijtjes voor mijn gehoorapparaten mee te nemen. ‘Ik heb al kersen,’ zei ik. Mijn schoondochter verstrakte, iemand hikte en ik zei voegde er nog aan toe dat ik alleen in de winter mandarijntjes at. Toen kreeg ik het zelf door. Ik begon te lachen en iedereen joelde mee. Helemaal achterin de bak rolde de oudste kleinzoon hikkend van het lachen heen en weer. ‘Je hebt ze zeker niet in’, zei m’n zoon. Toch nog een vrolijk moment om aan terug te denken. Ik heb er de hele reis van tijd tot tijd om gelachen. Maar o, wat had ik het moeilijk. Dat lange stuk naar Lyon…. Awful. Boven Lyon moest ik tanken. Honden bleven liever in hun mandje. Hup, verder maar weer, Lyon door, niet eens een file in de tunneltjes, de autoroute weer op, richting Valence, nou begon er schot in te komen. Toch maar weer een paradingske gepakt en een half flesje water gedronken. Ik probeerde opnieuw een broodje met kaas. Prima broodje. Lekker smeuïg geworden. Idem dito met hagelslag, lekkere plakhagelslag. Water, en lauwe koffie. Bij Montélimar-Nord moet ik van de snelweg af. Dan is het nog maar 40 km het binnenland in. Gewoonlijk begin ik dan te zingen. De honden weten dan dat het niet lang meer duurt en beginnen zich te roeren. Ik hoor ze dan pas voor de eerste keer. Maar ja, wat ik hoor… Nog een hoop bochten, dorpjes door, bergweggetjes, ons dorpje door, de haarspeldbocht en dan eindelijk, mijn oude pad naar het huis. De zon scheen, het was 27 graden en half vijf ‘s middags. Ik draaide het erf op, het gras was gemaaid. De tuinman heeft email gelukkig. Alles zag er netjes uit. De honden stormden de auto uit en renden over het gras. De wielewalen floten. Ik liep naar boven, deur open, spullen uitpakken, honden eten geven, en eerst alles op z’n plaats leggen anders heb ik geen rust en dan eindelijk, eindelijk kon ik op het terras zitten en iedereen appen dat ik er was. In de zon was het nog te warm maar in de schaduw smaakt een glaasje rosé zeker zo verrukkelijk.