Off-day

04-12-2017 16:38 - 't Vlees is zwak

Vandaag had ik een zeer grote off-day, een echte rotdag eigenlijk. Het begon al met het aantrekken der sokken ’s morgens. Daarbij viel ik tegen de grond. Een uur later zat mijn vinger klem ergens in de auto bij het honden uitlaten. Vervolgens kocht ik de verkeerde boodschappen in de supermarkt en liet een tweebolletjes knoflookpakje liggen op de graaiplank na het betalen. Toen vroeg iemand mij of ik die stukjes van Dr. Anton Mathijsen die ik vroeger, honderd jaar geleden heb geschreven nog ergens kon vinden. Omdat ik zo plichtsgetrouw ben ging ik naar de zolder en zocht in ‘hopeloze dozen’. Daar vond ik het niet. Wel vond ik een hoop ellende van vroeger, uit mijn oude, soms miserabele levens, met ook foto’s en briefkaarten. Niemand schrijft nog een briefkaart. Ze worden zeldzaam, let op: een nieuw collectors item dat veel geld op gaat brengen in deze belachelijke maatschappij. Toen ik van de zolder wegliep met een hoop troep in mijn armen die ik toch nog eens door wilde kijken, stootte ik ergens mijn kop tegen en dat deed pijn. Ik wilde niet huilen, dat vind ik belachelijk om zoiets (en bovendien was ik helemaal alleen) maar ik had wel medelijden met mezelf. Het ergste was nog wel dat ik al een hele tijd aan het afkicken ben van de rosé en veel minder drink. Dat is niet leuk. Ik word nors en ontoegankelijk. Ik drink water en voel mij er slecht bij. Ik doe niet aardig tegen de honden. Mijn wereldbeeld wordt negatiever, en dat wordt niet opgewekt door al die aanslagen. Mijn dag ging dus zo: (hoe was je dag, schat?) Je vindt iets niet wat je zoekt, je stoot je kop, je bent alleen en in jezelf heb je besloten om nooit meer dan een glaasje te drinken per dag. Of hooguit twee. Wat is er dan vrolijk? Waarmee kan men dan nog iemand anders hartelijk toejuichen, warm aanlachen, of vrolijk appen? Uit welk innerlijk medemenselijk vat moet dat naar boven geperst worden? De honden hadden geluk dat ik ze niet sloeg toen ze met zwartzanderige poten (acht) op de bank wilden gaan liggen en verheugd deden toen ze eindelijk een menselijke stem uit de tv hoorden komen. Ze hadden net hun brokken gekregen die ik uit hun brokkenzakken, vermengd met vlees uit blik in hun bakken gestort had,  in 15 seconden opgeschrokt. Nee, 25. Heeft het baasje niet lekker gekookt! had ik ze terwijl ik de bakken neerzette, grimmig toegebeten en ging op de bank zitten tot ze daarna naast en op mij vlogen om me hartelijk te bedanken.  Naast mijn laptopje lag ook nog een Nederlandse bekeuring vanuit Eindhoven toen ik daar een zondag op een parkeerterrein gestaan had. Normaal hoef je daar op een zondag niet te betalen. Die bekeuring had de hele weg naar huis achter mijn ruitenwisser gefladderd. Omdat ik geen bekeuring verwachtte had ik geen acht geslagen op dat witte fladderding. De volgende morgen, deze maandag dus, toch al bah, reed ik met de honden naar het uitlaatbos. Ik wiste en het ding vloog juichend weg,  de regen in. Vaarwel, riep ik tegen het briefje. Maar omdat ik zo’n christelijke opvoeding gehad heb, stapte ik uit en viste het natte ding van de grond. Het was dus een bekeuring, 61,45 euro kostte dat. Je mocht wel een bezwaarschrift indienen per computer. Dat heb ik ’s avonds gedaan. Daar vrolijkte ik wel enigszins van op.  Daarna ben ik maar tv gaan kijken, het was er ten slotte de tijd voor. Branden, ellende, ziektes, moorden, honger en doodslag en andere dingen. Plus een glaasje water. Fijne avond.