Onweer in de Ardèche

23-08-2018 10:57 - 't Vlees is zwak

Het begon om acht uur ’s morgens. We liepen nog snel even met de honden het pad af, op en neer zodat ze nog gauw hun drollen kwijt konden. Er was al wat gerommel en een diep donkerblauwe, bijna zwarte lucht in de verte waaruit we af en toe een bliksemflits zagen. De oudste van de jongens telde ijverig de seconden tussen de flits en de donder. Tien seconden oma. Dat zijn tien kilometer, zei ik volgens oude boerenomawijsheid. Nee oma, je telt de seconden tussen de bliksem en de donder en je deelt dat door drie. Geluid doet er ongeveer 350 meter per seconde over, dus ongeveer 3,5 kilometer weg is het nu nog. Dichtbij toch hè? Toch wel een tikkeltje angstig. Die jongetjes weten dat van internet. Papa en mama kwamen inmiddels ook de grote huiskamer boven binnen waar we ons verzamelden want het onweer kwam nu snel dichterbij. De jongste, altijd bang voor onweer geweest, maar nu niet meer, zoals hij al een paar keer verkondigd had, keek op z’n i-padje als om te demonstreren dat het hem koud liet. Na nog tien minuten en aanhoudende klappen die zo ontzettend tussen de bergen door het dal galmden waar ons huis lag, en zo verschilde van een onweer in Nederland dat daarbij vergeleken een kinderfeestje lijkt, begonnen we allemaal toch zenuwachtig van de ene plek naar de andere te lopen. Alle vier de honden waren ook boven en lagen achter het bed op mijn slaapkamer en Marie op haar plaatsje achter de wc-pot. Het licht, of de stroom moet ik zeggen, was al uitgevallen. De bliksems kwamen nu achter elkaar en het lawaai was oorverdovend. Ik had net bevend de gordijnen voor het oostraam dichtgetrokken en zat weer op de bank toen er tegelijkertijd met de bliksem die je echt kon horen sissen een enorme klap kwam. Door de gordijnen heen zag ik een vuurbal. En ik zag de jongste kleinzoon in paniek op de grond vallen en hij probeerde zo onder de lage salontafel te kruipen. Zijn moeder pakte hem en drukte hem op de grond tegen zich aan en hield hem vast. Na die enorme laatste klap kwamen er nog een aantal wat mindere slagen en uiteindelijk na nog eens een half uur hield het op, op wat gerommel na. Toen kwam de regen. Met bàkken. Nooit gaat hier eens iets normaal klaagde er iemand. Dat IS hier normaal, zei ik. Maar zelfs ik had nog nooit een zo verschrikkelijk onweer meegemaakt. In plaats van de gordijnen dicht te doen had ik beter de stekkers uit de wifi kunnen trekken want die was kapot. Modem zowel als de voeding ervan, een soort transformator, waren kapot geslagen. Bij de bovenbuurman was de bliksem in de grond op de wifikabel geslagen; had stenen losgemaakt en de hele aansluiting vernield. We zouden dus weer gewoon ouwerwets naar het dorp moeten om te mailen en te appen. Geen compspelletjes meer voor de jongens. We zijn nog anderhalve week wifiloos gebleven, tot we naar huis gingen. We hebben gekaart, gezwommen, spelletjes gedaan en normaal tv gekeken, zonder netflix. Papa en de oudste zoon hebben weer de Mont Ventoux met de fiets beklommen en helemaal tot de top toe gehaald. Mama en de jongste reden met de auto af en toe langszij om foto’s te maken. Geweldige foto’s en een geweldig resultaat van die twee. Ik paste op de honden. Ze hebben nog daguitstapjes gemaakt naar een meertje in de buurt waar ik al een paar keer geweest was dus ik bleef weer thuis. Dat allemaal, de hele vakantie, onze barbecues thuis en terrasbezoeken, zag ik  weer toen ik in het begin van de week ’s avonds, weer terug in Hamont de fotoshow van toestel en telefoon samengevoegd op het grote computerscherm bij mijn zoon thuis zag. We kregen allemaal min of meer heimwee, ik tenminste wel. Meer dan 600 foto’s waren het. Dat duurde twee glaasjes rosé. Bijna drie eigenlijk.