Op de valreep

10-01-2019 15:57 - 't Vlees is zwak

Ik heb bijna iedereen gek gemaakt met die Poepjes. Mezelf ook. Nou had ik mijn kinderen verteld, ruim voordat we onze Donaureis aanvaardden, dat er op onze deelnemerslijst ook iemand stond die Poepjes heette. Vorige keer hier ook geschreven. Dat was een grote fout om dat te vertellen, zowel aan de kinderen, als hier aan jullie. Maar mijn kinderen zijn van die drammers  en dus terwijl ik mooie foto’s en filmpjes van de Donaureis doorstuurde, zeurden zij alleen maar over een foto van de familie Poepjes. Die wilden ze zien; dat wij op een fantastische boot over de Donau voeren met schitterende foto’s van Budapest, boeiden ze niet, nee, ze wilden de Poepjes zien. Althans een foto ervan. Maar dat was moeilijk. Er gingen zo’n kleine 70 paren met die reis mee. En ik moest in een kleine week, eigenlijk krap vijf dagen, uit zien te vogelen, wie van die 70 echtparen Verscheijden-Poepjes heette. (Want zij was de originele Poepjes) Ik had nog de stille hoop dat we ze aan tafel, tijdens ontbijt, lunch, of diner, per ongeluk zouden ontmoeten en ze spontaan hun naam zeiden, maar nee, al na de eerste dag, zaten we steeds bij dezelfde mensen aan tafel; ook in de bus, en bij andere gelegenheden ontmoette ik ze ook niet. Inmiddels was het dag vijf en had ik nog geen spoor van de Poepjes. Ik wilde ook niet afgaan bij mijn kinderen, dus ik verzon een list. En op die laatste avond zei ik aan tafel, tegen onze vaste tafelgenoten: (let nu op beste lezer) ‘Een neef van mij die keek voordat we gingen, hij was bij mij op bezoek, de deelnemerslijst eens door en zag de naam Verscheijden staan. En hij zei: “Kijk daar, hee, ik heb een Th. Verscheijden gekend vroeger, een hele leuke vent, zou hij dat zijn? Vraag het eens na straks als je op die boot zit.” Dus zou ik wel willen weten of dat dezelfde is, om straks aan mijn neef te kunnen vertellen. Ik moest er een foto van nemen, zodat hij kon zien of het z’n ouwe maatje was. Ik moest in ieder geval dat navragen.’ ‘O,’ zei de man van het echtpaar aan tafel aan wie ik dat hele verzonnen relaas vertelde: ‘Dat kun je zo weten wie dat is, vraag maar aan de reisleidster, die zit aan de balie, die weet dat. Zal ik het even voor je vragen?’ ‘Nou,’ aarzelde ik…. Maar hij wierp z’n servet al op tafel en snelde de lounge uit. Tien minuten later keerde hij terug. ‘Ik weet wie het zijn,’ zei hij triomfantelijk: ‘Ze zitten dààr.’ En hij wees twee tafels verder. Ik pakte m’n gsm, liep er dapper op af en stak mijn bedriegersverhaal weer af. Ja, hij heette Theo, en nee, hij kende mijn neef uit Heerlen (!) niet dacht hij, maar zijn familie kwam wel uit het zuiden, nu woonden ze in Friesland en ja, ik mocht een foto maken van hun beiden voor mijn arme neef. (Ik had inmiddels in mijn radeloosheid erbij verzonnen dat hij nu in een rolstoel zat). Ik maakte de foto en stuurde hem op naar de kinderen. ‘Daar heb je je Poepjes’.  De volgende dag in het vliegtuig terug naar Amsterdam kwam de straf voor al het gelieg en gekuip: we hadden flink turbulentie. Een kwartier lang kon ik het door de KLM geschonken flesje witte wijn niet in het bekertje uitgieten, zo leed het vliegtuig aan schokken. Mijn verdiende loon.