Wielewalen en een merel

04-05-2017 15:24 - 't Vlees is zwak

Net, nèt op de laatste dag, vlak voor vertrek naar hier, Hamont, vanuit Frankrijk, hoorde ik voor het eerst dit jaar de wielewalen. Het was zondag 23 april, 7 uur ’s morgens. Ik liep met de honden buiten een rondje voor ze ruim 10 uur opgesloten zouden zitten in de achterbak van de auto voor de 960 km durende terugreis. In totaal hebben we ze onderweg een uur uitgelaten, verdeeld over 3 keer. Wij aten intussen een hardgekookt ei. Maar …. de wielewalen. Altijd horen we ze eind april in  Frankrijk voor de eerste keer dat jaar. Ineens zijn ze er! Terug uit Afrika en weer terecht gekomen op precies hetzelfde plekje van het jaar daarvoor, duizenden kilometers verder. Fantastisch gewoon. Ik ben gek op die vogels, omdat ze zo mooi fluiten; je wordt er blij van. En net, op de laatste dag hoorde ik ze. Ik kreeg al heimwee bij voorbaat. Dat ik nu net naar huis moest gaan! Ze floten de hele riedel: Fjoew lorio, tien euro, pfycho. Mio dio, fifteen euro. En dat terwijl de Engelsen net uit de EU zijn gestapt. De lucht was stralend blauw, al was het nog koud. En ik sjokte langs de droge keienbedding met m’n twee honden. Ik hoorde de vogels zo duidelijk. Maar waarom hoor ik de vogels in Frankrijk zoveel beter dan hier? Fluiten ze harder? Is de luchtweerstand daar minder? Waar kan dat aan liggen? Ze hebben daar gewoon meer lol denk ik. De honden hebben zich deze keer in Ladou ook zeer stout gedragen. Ze mogen er altijd los er woont toch niemand in de buurt. Maar af en toe komt er natuurlijk een wandelaar of een jogger langs. Als ze op het balkon liggen, kan ik het nog wel voorkomen, doe ik snel het hekje dicht, maar als ze beneden op het gras zijn, zijn die mensen de sjaak. Zie ik ze elkaar aankijken, de honden, van ‘zullen we?’ En dan rennen ze luid blaffend op de passanten af. Ze doen niks en stoppen bij de erfscheiding en rennen het pad niet op, maar ze blaffen en dat is op zich voor sommige mensen al angstaanjagend genoeg. Ieder jaar op het eind van de vakantie heb ik ze dat weer afgeleerd, maar in het voorjaar, man, dan begint de pret. Mensen die een stok bij zich hebben, of een hoofddeksel dragen, zijn extra de sigaar, want daar houden ze niet van. Daar kunnen wij niet tegen, hè, zeggen ze dan schijnheilig gniffelend tegen elkaar. Mountainbikers, oei! Daar hebben ze pas de pest aan. En die hebben het toch al zo zwaar over die  keienpaadjes. Soms zien de honden het inefficiënte van hun missie in of zijn gewoon te lui en draaien weer om. Ik roep ze dan, en als ze komen krijgen ze een stukje kaas. Voor kaas doen ze alles. Eind van de vakantie rennen ze niet eens meer achter iemand aan, maar als er iemand door de beek loopt, komen ze meteen naar mij toe voor kaas. Staan ze me heel stom kwispelend aan te kijken, ik weet van niks, niks gehoord, stokdoof natuurlijk en daar staan ze met die staarten te zwaaien. Kijk ik uit het raam, zie ik nog net een jogger langsrennen. Aha, kaas, denk ik dan, dat was het. En dat krijgen ze natuurlijk want goed gedrag belonen is de boodschap bij de opvoeding. Een half pond kaas deze twee weken. Liefst jonge. Toen ik zondagavond weer terug was in Hamont rond zes uur en 10 graden kouder, hoorde ik een merel, m’n eigenste merel. Vorig jaar en het jaar daarvoor had ik er een die de hele zomer hetzelfde deuntje floot, heel mooi en melodieus, maar deze…. Het is denk een hele ouwe. Ik heb hem inmiddels een paar dagen gehoord nu, en het is een beetje een treurige vogel; hij zegt of zingt : ‘ PJIEEEEEEEWWW, tara, trut trut, benidorm.’ En dat keer op keer. Hij wil waarschijnlijk ook wel eens wat anders dan hier in Hamont op een takje zitten. Trekvogel worden, lekker in Benidorm overwinteren in een appartementje, dat haal ik eruit. Volgend jaar dan.