Ik sta graag aan het bed!

13-04-2019 12:30 - Ingezonden door Evert Meijs - Foto Evert Meijs

De zon schijnt royaal op het pand van Zorgcentrum Mariënburght. Het gebouw ziet er uit alsof het gisteren is neergezet; zo nieuw. Een receptioniste roept via de telefoon Annemay Adams-Mikkers op voor een gesprek over haar passie: verpleegkundige in een zorgcentrum. Terwijl een dame met een kindje in een Maxi Cosi door de hal loopt, een jonge heer met een punt taart naar de recreatiezaal gaat, doen enkele bewoners lichamelijke oefeningen bij opdrachten die aan de muur prijken. Dan komt Annemay in de hal, tapt een kopje koffie en zoekt een plekje in één van de kantoorruimtes. Er volgt een boeiend gesprek.

“Ik had nooit gedacht dat ik hier zó lang zou werken”, lacht Annemay (*Someren1974 ), die is opgeklommen tot verpleegkundige op MBO-niveau. “Ik startte als verzorgende en heb de kans gekregen om allerlei cursussen te volgen, waardoor ik nu ook als helikopter boven het team kan hangen om te zien wat er moet gebeuren”. Annemay volgde op HBO-niveau ook de opleiding om leerlingen te kunnen begeleiden. “Het is overigens niet mijn bedoeling om de hele dag achter de computer te gaan zitten, ik sta graag aan het bed! “

Lachen onder de koffie
De drive van het beroep straalt van haar gezicht. Annemay: “Ik werk op de somatieke afdeling, waar cliënten wonen met een lichamelijke beperking. Ik word ook wel ingevlogen op andere afdelingen, als er om gevraagd wordt”. De doorsnee dag begint voor haar om 07.00 u of om 08.00 u. Na de overdracht van de nacht gaat ze naar de gang waar ‘haar’ tien cliënten (we spreken ook van zorgvragers) wonen. Soms had ze een lijstje met werkzaamheden die moesten worden gedaan, maar na verloop van tijd weet ze precies wie wanneer welke hulp nodig heeft. Deze cliënt moet uit bed gehaald worden, de buurvrouw krijgt een badbeurt en weer een andere zorgvrager krijgt zijn medicatie. “We werken altijd met tweeën op de gang. Een helpende of verzorgende, en ik”. Tegen tien uur is er tijd voor koffie, samen met negen of tien andere collega’s. Daar wordt vaak gesproken over het werk, “maar we lachen ooit heel wat af”. Na de koffietijd gaat een cliënt naar de fysiotherapie, of komt er een arts op bezoek. Iemand wil naar het toilet, of krijgt een zorgbehandeling. “Wij zorgen dat dat allemaal mogelijk is. Tegelijkertijd is er dan ruimte voor een extra praatje met de zorgvrager, of met de familie die op bezoek komt. Medicijnen worden verstrekt en soms is er een alarmopvolging bij één van de aanleunwoningen”.

Voldaan naar huis
Annemay vertelt over de hulp tijdens de warme maaltijd van 12.00 uur. “Sommige cliënten helpen we omdat ze MS hebben, of omdat er stikgevaar is. Ook bij de ziekte van Parkinson is het nodig om te assisteren. Tijdens de maaltijd voel je opnieuw dat het fijn is voor onze 45 bewoners dat ze extra aandacht krijgen van ons. Da’s gewoon hartstikke leuk”.  Het middagprogramma bestaat voor de verpleegkundige vaak uit het assisteren bij ontspanningsactiviteiten. “We hebben een zangkoor, er kan gekiend worden of geknutseld. Andere cliënten gaan de bewegingsroute volgen”. Op het einde van de middag komt de avonddienst en vindt de overdracht plaats, mét koffie. Elke dag opnieuw gaat Annemay Adams voldaan naar huis.

Door hartewens naar Parijs
Maar ze doet méér. Annemay begeleidt HBO-leerlingen, vergadert met de medicatie-veiligheidscommissie en de hygiënecommissie. “Bovendien ondersteun ik de teamleider”. Op de vraag of ze zich een bijzonder moment in haar job herinnert, zegt ze spontaan: “Hoogtepunt was een reis naar Parijs. In het Jaar van de Hartewens mocht een echtpaar van Marienburght op bezoek bij hun dochter in de Frans hoofdstad. Samen met een collega mocht ik mee om het echtpaar de verzorging te bieden die ze nodig hadden. We reisden met de Thalys, en de twee bewoners hadden een onvergetelijke reis. En wij ook. De familie is ons tot op de dag van vandaag nog dankbaar dat die mogelijkheid werd geboden”. Annemay glundert bij deze herinnering. Een dieptepunt in haar carrière vindt ze een onverwacht en naar overlijden. “Je hebt een speciale band opgebouwd met de mensen. Als er dan een onverwacht overlijden komt, vraag ik me wel eens af ‘Wat overkomt me nou!?’

Verslingerd aan het werk
Natuurlijk wordt tijdens het gesprek teruggekeken. “Ik begon met steunkousjes aandoen, wasbeurten geven. Iedere bewoner was mobiel. Maar tegenwoordig mankeren onze zorgvragers van alles. Gelukkig zijn er tilliften en rolstoelen. We hebben hoog- en laagbedden, ja zelfs de douche-stoel is ergonomisch verantwoord. Het draagt er allemaal toe bij dat onze cliënten zich steeds meer thuis kunnen voelen. Voor ons is het fijn werken met bewoners die het naar hun zin hebben. En wat te denken van het elektronisch dossier ‘Nedap’ dat we gebruiken. Zelfs de familie thuis kan voortaan inloggen om de verslagen te lezen over welbevinden, medicijnen, artsvisites en noem maar op”.
Ja, als je Annemay hoort praten over haar beroep, raak je verslingerd aan het werk in het zorgcentrum. “Het is mijn tweede thuis, zegt mijn moeder. En dat is ook zo. Jammer dat er soms nog een slecht beeld bestaat van verpleeghuiszorg. We zijn modern, er wordt veel geld in personeel gestoken en we zijn dagelijks bezig om het onze zorgvragers naar de zin te maken. Het is fijn om voor anderen iets te mogen betekenen. Iedere dag weer. Wil iemand graag eens een dagje meelopen, dan ligt er nu een uitnodiging voor iedereen die dag graag wil”. De ‘zuster’ voelt zich als een vis in het water. Ook al weet ze niet waar de naam ‘Mariënburght’ vandaan komt, de foto wordt gemaakt bij die naam boven de hoofdingang. “Kan iedereen meteen ons nieuwe uniform zien!”, besluit ze.