Op Valkenjacht tussen Valkenswaard en Achelse Kluis

23-02-2019 14:24 - Ingezonden door Evert Meijs

Fiets eens lekker vanaf de Zeelberg in Valkenswaard via het fietspad naar de Achelse Kluis, of andersom. Halverwege staat op de Groote Heide een open schuur waar je kunt schuilen, maar waar ook allerlei informatie te vinden is over de valkerij, zoals die vroeger in deze streken werd uitgevoerd. Al rond 1600 waren hier veel bekende valkeniers aan het werk om valken te vangen. De jacht op wild met deze bijzondere vogel was een sport.  Het vangen en africhten, het leveren aan derden of het in dienst gaan bij hoge adel en buitenlandse vorstenhuizen was geen sport maar een middel van bestaan. Dankzij het feit dat deze roofvogels jaarlijks in de herfst over onze streken trokken, kon hier de valkerij tot grote bloei komen.

In de omgeving van de schuur op de Groote Heide bevond zich voorheen een plaggenhut waarvan het dak werd gedragen door het wiel van een boerenkar en een ‘tobhut’ werd genoemd. Hierin verschuilde de vanger zich, ‘tobber’ genaamd. Op enkele meters afstand van de hut waren ‘n paar holle heuveltjes opgeworpen waarbij  ’n klapekster (een vogel zo groot als een merel) met riempjes werd neergezet. Het vogeltje kon dan in die heuveltjes schuilen. Als er een valk in de buurt kwam, begon deze klapekster als alarmbel flink lawaai te maken. Na het vangseizoen werd de klapekster weer losgelaten

Gedetailleerd
Op de informatiepanelen bij de schuur zijn duidelijke foto’s te zien met een tobhut plus een tobber, en wordt beschreven op welke wijze de valk met een net werd gevangen. Om het dier kalm te houden werd dit nadien veilig opgeborgen in een soort grote sok, met een gat bij de tenen. ‘De laatste valkenvangst op de Groote Heide vond plaats in 1925’, zo staat vermeld. De winterperiode werd gebruikt om de valk af te richten voor de jacht op gevogelte als eksters en kraaien. Er wordt met valken ook op bijvoorbeeld fazanten gejaagd. Bij de Royal Loo Hawking Club werd op reigers gejaagd, om ze te ringen en weer vrij te laten. Met haviken wordt ook op bijvoorbeeld konijnen gejaagd. Als je zo over de heide staat te turen, kun je je enigszins een voorstelling maken van hoe de vangst ongeveer moet zijn verlopen.
In nummer 8 van de serie ‘Het leven in Valkenswaard’ wordt zeer gedetailleerd ingegaan op de valkenvangst en de valkeniers. Vooral de familie Mollen krijgt hierin ruimschoots aandacht als laatste valkeniers. Fraaie foto’s van hulpmiddelen die gebruikt werden, mooie foto’s van Karel Mollen en zijn familie en de wijze waarop valken werden gevangen, geven een goed beeld van de werkelijkheid toen. Ook de manier waarop de valken verder werden afgericht, staat helder beschreven. Het was dus vooral ook dáárdoor dat ze in hoog aanzien kwamen bij vele vorstenhuizen, met als gevolg dat Valkenswaard alsmaar welvarender werd.

Niet eenvoudig
In de Kempener Koerier van 30 augustus 1995 werd nauwkeurig uitgelegd dat de vanger of tobber of legger vanuit zijn hut ook een lokaas of loer de lucht in kon trekken, gewoonlijk een nagebootste duif. Tenslotte was er vaak ook nog een echte duif, de prooiduif. ‘Losgelaten kon de duif aan het uiteinde van een draad tot op een bepaalde hoogte wegvliegen. Als de duif door de valk geslagen was, kon men ze allebei naar dit middelpunt (tobhut) trekken’, zo stond geschreven. Al zou dat onjuist zijn, aangezien valk en duif naar het klaphek werden getrokken, het hek omviel en beide vogels gevangen waren.
Het artikel lezende kom je tot de conclusie dat het vangen van valken een niet-eenvoudige klus was, die veel ervaring vereiste.  
In het Vaderlandsch Woordenboek (1795) staat te lezen: ‘Van den hoogen Kerktoren oefenen de Valkeniers hunne Valken tot het vangen van Reigers en ander gevogelte.’
In 1995 werd door de burgemeesters van Leende en Valkenswaard een nieuw gebouwde tobhut heropend. ’n Jaar later opende het Valkerijmuseum, vlakbij het oude gemeentehuis aan Markt 17, haar deuren.

Karel Mollen
Was de valk aanvankelijk een statussymbool voor de rijken, heden ten dage is deze roofvogel voor veel oliesjeiks opnieuw een middel om aan de wereld te laten zien hoe puissant rijk men is. Het is de nationale vogel voor de Emiraten. Een kuiken kan soms € 30.000 kosten. Onder meer in Nederland zijn fokkerijen, aangezien kweken in de Arabische landen niet is toegestaan. De slechtvalk is evenals de havik een beschermd dier en mag niet langer gevangen worden. Daarom worden ze in gevangenschap gefokt. In 1994 schreef Nelleke Bulthuis-Van Tuyl in Kempenland Info van 24 juni: ‘Karel Mollen, die bekend stond als de laatste valkenier in Europa, kreeg aanlokkelijke aanbiedingen uit Engeland, Oostenrijk, Spanje, Hongarije en Parijs, maar voor goud noch eer heeft hij zijn eenvoudige woonstee aan de Bakkerstraat willen ruilen voor verhevener vestigingen aan het hof van een Duits vorst’.  In 2001 verhuisde het valkerijmuseum van de Markt naar Oranje Naussaustraat 8b. Een prachtige film geeft uitleg over de vangst, het africhten en de wijze waarop valkeniers hun bestaan inrichtten. Het is meer dan de moeite waard om je ’n uur onder te dompelen in de geschiedenis van de valkerij, waaraan Valkenswaard uiteindelijk haar naam ontleent. Tenslotte beoogt de ‘Stichting Erfgoed Karel Mollen, Valkenier’ de nalatenschap van vader Karel en zoon Adriaan Mollen te bewaren en de herinnering aan de valkerij levend te houden.