De tijd van ‘Don Quichotte’ even terug in Hamont

07-10-2018 20:37 - Ingezonden door Evert Meijs - foto’s Evert Meijs

De Napoleonsmolen (Napoleonspad 7 te Hamont) werd gebouwd in 1804 en was beroepsmatig in bedrijf tot 1962. Nadien werd het stil in de graan- en olieslagmolen, maar zes jaar later kwam er weer volop leven: de molen werd door Van Bree aan de heer Budé verhuurd. Hij realiseerde op de begane grond een café met de zeer toepasselijke naam ‘Don Quichotte’. In 1972 droeg hij het kasteleinsstokje over aan het echtpaar Wil en Thea Velings-v.d.Lest. Vorige maand kwam Thea Velings (*Eindhoven 1946) na ruim veertig jaar nog eens een kijkje nemen in haar voormalige dranklokaal.

“We waren op zoek naar een nieuw bankstel en raakten aan de praat met de winkelier van een meubelzaak. Hij werkte in Don Quichotte, maar zijn vrouw wilde graag dat hij daarmee stopte, vanwege de drukke meubelwinkel. Wij zagen het uiteindelijk als een uitdaging om de kroeg over te nemen. Wil had horeca-ervaring bij Lieske Pellemans aan de Dommelseweg, en ik bij café Zwarthoed op de Markt, allebei in Valkenswaard”. Er werd met het koppel Velings alleen wat broodnodige informatie uitgewisseld over wie de brouwer was en hoe het de laatste jaren was gelopen met het etablissement, en dat was voor hen voldoende om het molen-café voort te zetten.

Na sluitingstijd
Al snel bleek dat het café geen goede naam had. Enkele dames van lichte zeden boden hun diensten aan in Don Quichotte en politie stond regelmatig op de stoep. Thea en Wil waren van dat alles niet gediend en zetten de dames buiten. De trap die naar de eerste verdieping leidde, werd voortaan met een dik koord afgesloten. “Mijn man en ik sliepen boven, samen met ons dochtertje Sabrina. Overdag speelde ze bij de buren, o.a. bij verhuurder/molenaar Van Bree, en als wij dienst hadden, legden we haar in de molen in haar bedje. Dat ging prima”.
Uit de verhalen van Thea –die tijdens het interview werd vergezeld door haar partner Paul Peters- blijkt dat het snel de goede kant in ging, en er kwamen meer en meer klanten. “Vooral kasteleins uit Valkenswaard en Budel kwamen na hun sluitingstijd nog naar hier om een pintje te pakken”.  Het was in de tijd dat zelfs eens een vliegtuig overkwam, met een reclamedoek achter zich over Don Quichotte in Hamont. Om de gezelligheid te verhogen was er een flipperkast en werd er aan de bar gekaart en gespeeld met de ’Pietebak’; een ronde schaal met dobbelstenen. “Er was géén spaarkas, maar als men die gevraagd had, hadden we dat zeker ook gedaan” aldus Thea, die zich de tijd van toen maar al te goed herinnert. Ook heeft er eens een bruiloftsfeest plaatsgevonden, volgens de kasteleinsvrouw. “Zelfs een kermis en enkele wielerwedstrijden organiseerden we, om extra klanten binnen te krijgen”.

Blaaspijpje
Natuurlijk ging niet altijd alles van een leien dakje. Thea: “Een militair –een paracommando- had eens een hele grote mond en dreigde met collega’s terug te komen. Ik deed m’n woordje en ik heb ‘m nooit meer gezien. Een andere klant gooide eens met pinda’s naar me toe. Ook hem werd op een tactische manier te verstaan gegeven om te vertrekken”. Regelmatig bracht ze ’s nachts klanten naar huis omdat ze niet meer in staat waren om de auto te besturen. “Eens stapte een man thuis uit terwijl zijn moeder hem opwachtte. Plotseling werd hij door een voorbijrazende auto gegrepen en stierf ter plaatse”. Ook een groep mensen die in het café op de grond ging zitten en waterpijpen voor den dag haalde, werd vakkundignaar buiten gebonjourd.
Maar op 01-11-1974 trad de anti-alcoholwet in werking en mocht de politie voortaan een blaaspijpje gebruiken om chauffeurs te beboeten met alcohol in hun bloed. “Toen daalde het aantal klanten in onze molen drastisch, en zagen we ons snel daarna –in 1975- genoodzaakt om Don Quichotte te sluiten. De zaak werd ontmanteld en het hoofdstuk werd gesloten”. In 1990 werd de molen overgedragen aan de stad Hamont-Achel, waarna deze werd gerestaureerd en sindsdien haar oorspronkelijke functies van graan- en oliemolen met succes heeft teruggekregen.

Koer
Tijdens een rondwandeling door de molen vertelde Thea Velings over Jo Kums, die een prachtige schildering van haar dochter maakte en op de wanden van de molen o.a. de beeltenis van Don Quichotte en zijn assistent Sancho Panza schilderde, uit de roman van schrijver Servantes. “En hier stond een bar en dáár stond er een, daarom hadden we ook nog ’n man en vrouw in dienst. En dáár was een deur in de muur gemaakt met het bordje ‘Koer’. Daarachter waren de toiletten. Ik zie dat dat allemaal verdwenen is. En alle ramen waren dicht gemaakt. Het was erg donker. Boven de bar hingen lampen met verwarming, want anders was het er veel te koud. En achter de toog was een luik dat toegang gaf tot de kelder, met de fusten en de biervaten. Tjee, de tijd dat hier een bandrecorder stond voor permanente muziek, en dáár de dj; het is toch lang geleden, hoor. Maar ik denk er nog graag aan terug”.