Het bid- of doodsprentje; een verzamelobject

12-11-2017 09:56 - Ingezonden door Evert Meijs - Foto Evert Meijs

Het bidprentje (ook doods- of devotieprentje genoemd) is de laatste decennia een verzamelobject geworden. Wellicht is dat gekomen door de steeds maar groeiende belangstelling voor de lokale geschiedenis en door stamboomonderzoek. In deze krant is al enkele malen aandacht besteed aan verwoede verzamelaars binnen ons lezersgebied (Nicole van Asten en Willy van Moorsel). Maar het is zeker de moeite waard om eens te kijken naar de ontwikkeling van de prentjes in het algemeen.

Het devotieprentje is eigenlijk een aangelegenheid van de lage landen. Het begin lag in de Zuidelijke Nederlanden. Het was in de tijd van de hervorming (contra-reformatie), zo midden zestiende eeuw. Als een uiting van de vernieuwingsbeweging in de katholieke kerk tegen de opkomst van het protestantisme, werden vanuit het centrum van de prentenmakers te Antwerpen prentjes op de markt gebracht, waarop de geloofsmysteries of gebeurtenissen uit bijbel, kerkgeschiedenis en het leven van heiligen stond afgebeeld. Voor deze vorm (de bijbel als stripverhaal) was gekozen omdat de meeste mensen in die tijd niet konden lezen. Rond 1700 werkten in Antwerpen minstens 164 inkleurders om de prentjes te versieren!
In de loop van de jaren heeft het plaatje een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt. Zo maakten we in de achttiende eeuw kennis met het knekelprentje. Aanvankelijk stond op het doodsprentje alleen de schedel van Adam afgebeeld. Maar al spoedig volgde aanvulling met de fameuze rib. En nog later kwam daar de zandloper bij en de grijsaard met de zeis. Allemaal symbolen die te maken hebben met de dood.

Treurende nabestaanden
In de eerste helft van de achttiende eeuw werden de invul-bidprentjes gemaakt. De tekst was gedeeltelijk voorgedrukt. Je hoefde alleen de naam van de overledene en nog wat bijzonderheden met de hand in te vullen. Begin negentiende eeuw kwamen de zerkjes: bidprentjes met het graf van de overledene, al of niet aangevuld met een engel of treurende nabestaanden. Na de prentjes met slechts een eenvoudig kruis was de volgende stap het prentje met de foto van de overledene erop. Het is dan 1845.
Uiteraard waren de prentjes uitgevoerd in zwart-wit. Behalve de naam van de gestorvene werden zijn geboorte- en overlijdensdatum vermeld en de naam van de eventuele echtgeno(o)t(e) . Ook viel te lezen of de overledene het sacrament van de zieken had ontvangen. ‘Weldoener van de kerk’ was vaak te vermeld, of ‘lid van de H.-Familie’. Bestond de overige tekst vaak uit citaten uit de bijbel, later verscheen een korte levensloop van de gestorvene.
Er was een periode dat de randjes van het prentje gekarteld waren. Aangezien prentjes vaak meteen voorgoed in een kerkboek werden opgeborgen, bleven die randjes onbeschadigd. Later verdween dit ‘kantwerk’, en kwam er een strakke rand. Het prentje kreeg een afbeelding in kleur en kon voortaan opengeslagen worden. Heden ten dage wordt het bidprentje nog steeds uitgegeven, tijdens een katholieke uitvaart. De voorzijde van het prentje bevat meestel een foto van de gestorvene, of een foto van een herfsttafereel zoals een ondergaande zon of een laan met herfstbomen. Vaak ook werd een afbeelding gebruikt van een tekening van twee gevouwen handen, van Albrecht Dürer.Voornaamste doel van het prentje: een herinnering aan de overledene.

De Achelse Kluis
Dominicus, archivaris van de Achelse Kluis, legde een enorme verzameling van prentjes aan en sorteerde die alfabetisch. Nicole van Asten zette de verzameling en sortering voort, ook toen de collectie werd overgebracht naar het voormalige gemeentehuis van Achel en later naar Hamont. Thans beheert de heemkundige kring de verzameling en wordt er voor stamboomdoeleinden regelmatig een kopie van één of meerdere bidprentjes gevraagd. In de collecties in Hamont, maar ook van vele individuele verzamelaars bevinden zich de prachtigste exemplaren, zoals bij Ad Wolfs in Hilvarenbeek, die er ruim 355.000 in bezit heeft.  De grootste Nederlandse collecties bevinden zich in het Catharijnenconvent te Utrecht,  in het Museum voor Religieuze Kunst in Uden en in het Breda’s Museum.

In zakboekje of tasje
Devotieprentjes werden ook uitgegeven bij de wijding van priesters, de benoeming van een paus, de professie van een kloosterling, de eerste communie of bij gelegenheid van de ‘missie’; een periode van ’n week waarop paters (vaak Capucijnen) in een parochiekerk dagelijks heftig preekten voor de parochianen. Op het prentje werden enkele gebeden afgedrukt, met de bedoeling deze elke ochtend en elke avond te lezen. ‘Bewaar dit kaartje op uw slaapkamer, of in een zakboekje of tasje. Bid en beleef deze opdracht elke dag’ stond op een prentje van 1960 uit Aalst (NL).  
Al met al moge het duidelijk zijn dat devotieprentjes voor velen van onschatbare waarde zijn. Misschien niet vanwege de devotie maar dan toch om historische redenen.