Eerste protonenbestraling voor borstkanker patiënt

28-03-2019 15:16 - Ingezonden door Redactie

Onlangs is bij Maastro in Maastricht de eerste borstkanker patiënt bestraald met protonen. “Dat is met name winst voor patiënten met een tumor in de linkerborst waarvan ook de klieren langs het borstbeen worden bestraald te worden,” vertelt Karolien Verhoeven, radiotherapeut-oncoloog.  “Deze therapie kan de kans immers verminderen op het risico van het nadien ontwikkelen van een hartinfarct.” In Zuidoost Nederland is Maastro het enige radiotherapeutisch instituut met protonentherapie. Ze werkt hiervoor samen met diverse ziekenhuizen.

Afgelopen januari werd landelijk het protocol vastgesteld voor protonentherapie voor borstkanker. In dit protocol staat precies beschreven wanneer patiënten met borstkanker in aanmerking komen voor protonenbestraling. “Uitgangspunt is dat de patiënt voldoet aan de minimale voorwaarden, dat wil zeggen dat zij een duidelijk voordeel moet hebben van de protonentherapie,” aldus Karolien Verhoeven. “We maken hiervoor twee behandelplannen, voor bestraling met de conventionele fotonen en de nieuwe behandeling met protonen. Vervolgens vergelijken we de twee plannen en schatten we de kans op voordeel in, op basis van het landelijk vastgestelde voorspellingsmodel op hartschade.”

Bestraling bij borstkanker maakt de kans op terugkeer van de ziekte zo klein mogelijk en verbetert de kans op overleven. Bij borstkanker is de tumor reeds verwijderd als patiënten bij Maastro komen voor de bestraling. Dit kan door een borstbesparende operatie of doordat de borst is weggenomen. “We bestralen de borst of de borstwand om de microscopische ziekte te verwijderen die mogelijk is achtergebleven. Soms is het ook nodig  om de lymfeklieren te bestralen. Protonentherapie kan bij borstkanker met name voordeel opleveren als de klieren links langs of achter het borstbeen bestraald moeten worden. Met protonen kan dan de kans verlaagd worden op het ontwikkelen van een hartinfarct in de jaren na de behandeling. In de meeste andere gevallen komen we met fotonentherapie – de conventionele behandeling – eveneens tot goede resultaten.”

Met het vaststellen van het protocol behoort protonentherapie binnen het indicatiegebied mammacarcinoom (borstkanker) tot de verzekerde prestaties van de Zorgverzekeringswet (Zvw)  “De verwachting is dat we dit jaar zo’n 3% tot 5% van de borstkankerpatiënten kunnen behandelen met protonentherapie,” vertelt Liesbeth Boersma, radiotherapeut-oncoloog en directeur patiëntenzorg. “Vorige maand hebben we reeds de eerste protonenbestraling gedaan bij een patiënt met een tumor in het hoofd-halsgebied. In de loop van 2019 verwachten we protonentherapie verder gefaseerd in te voeren voor nog meerdere kankergebieden.”

Tijdens de Doe- en Beleefdag van Maastricht UMC+ op 6 april 2019 stelt Maastro het nieuwe protonencentrum open voor publiek. Geïnteresseerden kunnen dan onder meer de protonenfaciliteit bezichtigen. Ze kunnen de bunker bezoeken waar de apparatuur voor protonentherapie staat opgesteld en zien hoe in het protonencentrum is gewerkt vanuit een innovatieve belevingsvisie.

In het protonentherapiecentrum van Maastro participeert voor 20% het Maastricht UMC+. Daarnaast wordt voor het selecteren van de juiste patiënten nauw samengewerkt met de medisch specialisten van het Catharina Ziekenhuis Eindhoven, het Radboud UMC Nijmegen, de Radiotherapiegroep (Arnhem/Deventer) en het Instituut Verbeeten Tilburg.

Samen met de patiënt met kanker wil Maastro zorgen voor de grootst mogelijke kans op genezing en/of zo weinig mogelijke geestelijke en lichamelijke bijwerkingen. Wij doen dat op een maatschappelijk verantwoorde manier in samenwerking met onze partners in de radiotherapie, wetenschappelijk onderzoek, opleiding en onderwijs. Onze medewerkers zetten zich hiervoor in met (com)passie voor elke patiënt en met professionele gedrevenheid.

Deze precisiebestraling betreft een innovatieve techniek die de kans op bijwerkingen voor de patiënt met kanker vermindert. Bij protonentherapie stopt de straling grotendeels net achter de tumor. Het komt hierdoor niet in het gezonde weefsel. Hierbij is er dus vooral winst voor de omliggende risico-organen en het gezonde weefsel, bijvoorbeeld de oogzenuw, het hart of de geheugen gebieden. Of bij tumoren die relatief ongevoelig zijn voor straling en daarom een hoge dosis moeten krijgen.